is toegevoegd aan uw favorieten.

Over de godheid van Jesus Christus, beide voor geloovigen en twyfelaaren.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.GÓD HEID VAN j È S Ü S. ait

j, Zoone, eene andere, eene mindere zoort van gods„ dienftige aanbidding."

Dan van dit onderfcheid weet de Bijbel niert. Dë Bijbel verbiedt volftrekt, een wezen, het gene, naar zijne natuur, geen God is, Godsdienftige eer'te bewijzen ; — hij befchrijft de Heidenen, als de zulken, die die genen dienden, die van natuure geene Goden z'j» > (*) — Men moet dus toeftaan, of, dat den Zoone' geene Godsdienftige eer toekoomt, of, dat Hij, naar iijné Natuur, tot die Zelfftandigheid behoort, die de eeuwige Godheid is. Is het laatfte waar, dan bewijzeri de Arridanen den Zoon veel te weinig eer; is het het eerfte, dan bedrijven zij Afgoderij.

8. Hier komt nog eene andere zwaarigbeid, in het leerbegrip van Clarke, bij. Men neemt aan, dat den Zoone Gods, voor den dood van den Mensch jesus, geène bijzondere aanbidding beweezen is. De eigene woorden van clarke zijn dezen: ,, de Zoon waSi „ voor zijne mensehwording, bij God , was in de ge„ ftalte Godsj en had heerlijkheid bij den Vader. Éven„ wel genoot Hij toen geene bijzondere aanbidding, „ Welke Hem, voor zijn eigen Perzoon, beweezen i, wierd; maar Hij verfcheen als de Schechina, of de U wooning der heerlijkheid des Vaders, in welke dé i, Naam des Vaders was. Immers het verdient onze „ aandacht, dat men, in de heilige Schrift, niets vindt van eene aanbidding, met welke christus déswegens is vereerd geworden , wijl God, door Hem, de' ii wöereld gefchapen had, of wegens eenig ander werk

Mi

(*) O A' Li IVi S.