Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een BEELD, enz. Hoofdst.XLVi $x£

p. 7.: En de tortel-duiven worden Jerem. VIII. 7. % aio. ook onder de trek-vogelen opgenoemd.

Men zoekt nu wel gemeenlijk, 00 het voet* fpoor van Bochart , Hieroz. P. II. L. I. c. s>. de vervulling van deeze voorzegging in de voorrechten der Evangelie-bediening onder de nieuwe huishouding. Dog dewijl de hier gemelde zaaken verknogt zijn met het brullen van een leeuw, vs. 10. waarvan de gevolgen hier worden opgegeven, en dit, door zijnen aart zoo vreeslijk eh fchrik aanjagende , niet gevoeglijk als een zin-beeld der lieflijke Kvangelie-prediking kan aangemerkt worden j maar veel eerder, gelijk dikwijls elders, de godlijke oordeelen uitbeeldt ■ zo fchijnt het meer

grond te hebben, dat men de verlosfing der derdehalf ftammen uit de Babijlonifche, ea der overigen uit de Asfijrlfche gevangenis, en tevens het wederkeren der vluchtelingen uit Egipte en andere westelijke landen, om huil erf-land gezamentlijk wederom te bewoonen, hier als het bedoelde in deeze Gods-fpraak in het oog houde. Dus begreep Grotius, VlTRÏNGA, vbnema, M.ïchae-

lis en Hezel den zin deezer woorden, dien de Hr. Manger uitvoerig en bondig betoogd heeft.

Bij deeze verklaaring behoeft ons het beeld van een brullenden leeuw, tot welken men zich bevende na toe haasten zou, om hem te volgen, geen zwaarigheid temaken, of wan-voegelijk voortekomen: gelijk het den Hr. Michaelis voorkwam, die zich hierin niet wist te vinden, en enkel dit, dat hem echter ook nog niet voldged, ter opheldering zich kon herinneren: dat het beeld ontleend mogte zijn van eene fabel der Oosterlingen, die' den leeuw, ook wel wanneer hij brult, eene verborgene kracht (bijna als eene toverkracht,) toefchreven: hij zou naamelijk om een woud rondom gaan, en dan waren de dieren daarin befloten, en konden hem niet ontkomen. Heeft men nu, vraagt hij dan, mogelijk ook aan dat brullen die uitwerking toegefchreven, dat de dieren zich tót 3iem verzamelen, en, als't ware, van zelve tet • g.Aeel. Kk ptw|

Sluiten