Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 4 )

moeten befchouwen, als eene genadige bekendmaaking van bet Euangelie, volg. ns Vr. 22. I. Wat en op welken grond de Cbiillen belijd, van Vader, Zoon en H. Geesi?

A. Omtrent dit ftuk krijgt men ondenicht door de inrichting van de 25 Vraage en het Antwoord.

A. De Vraag is: Aangezien enz. De omfchrijving, zoo als ze uit het 24 Antwoord is afgeleid. Ze vooronderfteld twee waarheden, welken in de Catechismus, jaa in de Openbaaring bijna cnderüeld worden ; en dus , bij de behandeling van deeze ftoffe, fiechts met een woord genoemd moeten worden.

1. 'Er is een God.

2. 'Er is flech;s één God, één hoogfte Opperheer. Joh. xvii: 3 1 Cor. vin: 5 en 6, en 1 Timoth. tt: 5.

B. Het Antwoord is zeer wijslijk ingericht: men vind 'er geene onnodige omflag, hec zoekt niets te verklaren, of uit de Rede te bewijzen, dat riet verklaard, niet bewezen kan worden: maar het vergenoegd zich, met eene korte opgave, en met eene herinnering op den grond, waar op men dit gelooid.

B. In het Antwoord zien wij:

A. Wat

Sluiten