Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 22 )

dezelve, f Wy vergelyken ze. Wy redènkavelen en oordeelen over dezelve. Hier is, wel is waar, een groot onderfcheid tusfchcn onze bevattingen, en de denkbeelden van het volmaaktfte Weezen. By ons gefchiedt de werkzaamheid des verftands, en de verkryging van denkbeelden by opvolginge, en door zamenftelling van de dingen die ons omringen.i En veele van onze begrippen zyn duister en verward. Gods

verftand, integendeel, bevat alle mooglyke dingen, op eene zuivere, klaare en onderfcheidene wyze. Zyne kennis is voor geen aanwasch vatbaar, en zo eeuwig als zyn

aan weezen. Maar dit zit, ten opzig-

te van ons, in de onvolmaaktheid des verftands, en in de zintuiglyke wyze, op welke de Mensch zyne kennis vermeerdert; dat is, denkbeelden verkrygt. Ook verandert de trap der kennis, derzelver opvolging in zuiverheid, waar voor redélyke weezens, naar de meerdere en mindere volmaaktheid hunnes krings, op verfchillende wyze, vatbaar zyn, het vermogen der bevattinge, der redenkavelinge en onderfcheidinge niet. De Mensch is een denkend weezen, en, derhalven, in dat opzigte, gelyk aan zynenMaaker. Door opmerking, ondervinding, en onderrigting, koomt hy tot de kennis van 't geen goed, beter en best is ; ten minften, 't geen hem en andere goed, beter en best toefchynt. Want het doet hier niets ter zaake, of dit een fchyngoed, dan een wezenlyk goed zy. Dit zal afhangen van de zuiverheid zyner opmerkinge, van zyne

meer-

Sluiten