Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER ENGELSCHEN, Tooneelfpel. 27

nerj meer kent: dat een arm merscb, warneer hij voor den Rechtbank (laat, even zoo veel iecht kan krijgen dan een Aanzienlijke of Rijke.

woelziek, (hem in de rede vallende?) Ja, ja, wij weeten het al — alle die fraaie gevoelens zijn wij aan die verdoemde verlichte eeuw verfchuldigd: ik wensen dikwils ham-lijk, dat wij de ijzcre eeuw nog eens beleefde, toen men de menfehen nog wat met het woord Godsdienst kon beguichelen, toen men op een vrolijk gasimaal uit bekkeneelen van ketters dronk, welke door den Inquifuie Raad pelottonsgewijzc waren verbrand.

hoogborst.

Ja , die gelukkige tijden zijn lang voorbij — ir-tusfehen kan men nu nog ie:s uitwerken met klinkende munt — de vloot is reeds pevlocgen —• het is waarachtig gelukkig cat cr geen één fchot gedaan is — dat moet wat gekest hebben! — maar het is onbegrijpelijk, cat geev. landófficieren, en Hechts maar weinige foldaaten, \erk;e/en over te loopen.

woelziek.

Ik geef den moed nog niet op, ik ga zoo aanftonds met een vaifche pas naar de voorposten, om te zien of ik er nog eenige kan kvppen, volvoert gijlieden intusfehen ons fecrect plan, maar voorzichtig —• toch voorzichtig.

ACT-

Sluiten