Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

68 LEER -11 EDEN

■gelooven. Waarom dat? Om dat hier toe zoude worden vereifcht, eenig klaar bewys , waar uit men de onmogelykheid van een God konde aantoonen, en dit bewys is 'er niet, noch het kan 'er ook niet zyn. Daar zyn duizend redenen om te bewyzen dat 'er een God is; maar daar is 'er niet één om te bewyzen dat 'er geen God zyn kan, en dat zyn oppermagtig en onaf hangiyk beftaan eenenoodzaakelykeftrydigheidin zich bevat. Hierom zal nooit eenig menlchdie redelyk denken wil zich zeiven van de Ongodiflery'kunnen overtuigen. Daar worden wel dtvaazen gevonden, zoo als de Profeet ze noemt; zulke die een ledig en herflènloos brein hebben; buitenlpoorigen, die in de ongebondenheid, in de vervoerdheid, in de dooling van hun verftand, en in de blinde ongeregeldheid van hunne driften, zich voor Godverzaakers uitgeeven, ten nadeele van de Godheid fpreeken, zelfs haar loochenen, en met de geenen die aan haar gelooven fpotten zullen: maar zy mogen vry alles doen , nooit zullen zy zichzelven kunnen overtuigen van het geen dat zy zeggen , om dat de reden en de natuur, zich daar altoos tegen aankanten zullen. Laaten zy onbefuisd loopen en draaven, laaten zy raazen, laaten zy lasteren , laaten zy zich onmaatiglyk in de ondeugd dompelen, laaten zy alles doen wat zy willen ; het gevoel van een God zal toch altoos in hun verftand ingedrukt blyven. Dit is eene eeuwigduurende ichigt, die zy nimmer uit hunne ziel trekken kunnen, en die zich wel'haaft aan hen openbaaren zal, zoo draa 'er zich maar eene gelegenheid opdoet die wat fterk en dringende is : want zoo zy zich ooit bevinden in het gevaar van Schipbreuk, of in de vervaarlyke overrompeling

yan

Sluiten