Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over EFEZEN. III. 10. 147

baare orde haarer deelen, de verrukkende evenredigheid welke men daar opmerkt,de onnavolgbaare fchikking welke men daar befchouwt, de verbaazende verfcheidenheid van voortbrengselen die daar voor den dag komen, als in de onuitfpreekelyke wonderen die daar van alle kanten uitblinken. Daar is ook nog, behalven deeze, eene andere wysheid van' God, naamelyk die, welke beftond in de Wet des Israëliërs, volgens deeze woorden van Mofes, wanneer hy, dit volk de geboden deezer Goddelyke Wet gegeeven hebbende, tot*hen zeide: Behoudze en doet dezelven ; want dat zal uwe wysheid zyn, voor de oogen der volkeren, die alle deeze inzettingen hooren zullen, en zeggen: dit zelve groote volk alleen is een voys en verfiandig volk (a); gelyk 'er ook waarlyk in die aloude Wet eene buitengewoone wysheid van God doorltraalde. Ja, de zo merkwaardige heiligheid van haare voorfchriften, de zo welaangelegde verfcheidenheid haarer beveelen, de zo talryke menigte haarer plegtigheden en inftellingen, de zo vernuftige en diepzinnige aart haarer fchaduwen en voorbeelden, bewyzen ten klaarften, dat zy het werk van eene waarlyk Goddelyke wysheid was. Maar het Euangelie is nochtans de wysheid Gods op eene veel uitmuntender, veel verhevener wyze, haare verborgenheden gaan die der Natuur en der Wet oneindig verre te boven: het zyn de groote geheimenisfen van God, de onbegrypelyke verborgenheden der godzaligheid (b), de grondelooze diepten der eeuwige Wysheid, de onwaardeerbaar

' (a) Deutr. 4. vs. 6. (£) iTim. 3. vs. 16". K a

Sluiten