is toegevoegd aan uw favorieten.

De eenzame familie op de Çevennes.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( "3 )

een rein, vasten eeuwig beminnend, wezen overal rondgejaagd, en niets vindende, dat mij maar eenigzins voldoening gaf, deed ik den (tap, dien ieder mensch met mijn gevoel, mijn fmagtend verlangen naar waarheid, en liefde, met mijn uitziend Haren naar een wezen, dat belang in mij Helde, doen moest. Ik wierp mij voor den Maker mijnes wezens neder, en bad, gelijk ik nooit gebeden had, om rust, om licht en om waarheid, en ik betuig u voor den God der waarheid (welk een allerellendigfte huigchelaar was ik, zy ik hier liegen kon) dat mijn gebed verhoord wierd. Ik ontving vrede en vreugd, licht en kalmte; eene onuitfprekelijke, innige zaligheid was het, die mijn ganfche wezen

verkwikte. Maar ik deed nog een anderen

flap, die zig alleen uit den bijzcnderen toefland mijner ziele laat verklaren.

Een uur van mijn woonplaats lag een man gevaarlijk krank aan een beengezwel; ik kende hem niet; maar wist flegts, dat hij veele kinderen had. Over tafel werd van- dezen man, en den akeligen toeftand van zijn huisgezin gefproken! het roerde mij diep, en de gedagte vloog, met de fnelheid des blikfems, door mijne ziel, „ is het waar, dat die Groote „ Menfchenvriend helpen kan, dat hij doen kan, „ wat hij aan allen, die in hem geloven, in het „ algemeen beloofde, dan zal hij het ook nu nog „ doen, — dan zal hij ook nu nog toonen, dat hij „ zoo beftaat en zoo werkt, gelijk zij geloven, „ die zijne gefchiedenis zoo verftaan, als het H „ na-