Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

460

P. H % M A W

Verhandeling over den Aart en Gebruik der Zedelijke Weti of Handleiding tot bet regt Verftand en Gebruik van de Leere der Wet , overeenkomstig het Euangelie ; door Pieter Heman, Lidmaat, der Gereformeerde Gemeente te Amflerdam. Te Amfterdam , bij M. de Bruyn, Ï779. Bebalven de Foorreden , 75 bladz, in gr. Üvo. De Prijs is f-: 8 : -

Zie daar, Geëerde Leezer! een Werkje, klein van beflag, maar groot van belang in de Heilige en bijzonder in de beaeffencnde Godsgeleerdheid, 'tIs waar, de Schrijver is maar een gemeen Lidmaat van de groote Amfteldamfehe Gemeente; maar al was hij aldaar Leeraar, zoo behoefde hij zich van wegens deeze Verhandeling geenzins te fchaamen. Het genoegen, waar mede wij dezelve, met veel aandagt, hebben doorgeleezen, perst ons dit getuigenis af. Om 'er U eenigzins een denkbeeld van te geeven, zullen wij ze in 't gemeen fchetzen, en dan in een kaakje de bijzondere wijze van behandelinge vertoonen..

Het oogmerk van den Heer Heman is, gelijk hij zegt in de Voorrede, om op eene wijze, zoo als het tot nog toe van niemand , zoo veel hem bekend is, in gedrukte fchrifuen is gefchied, „ door een klaar en eenvoudig voor,, ftel over den aart en het gebruik van de Zedelijke Wet, „ de misvattingen en verwarringen, uit een verkeerd be„ grip van de Wet ontftaande, bij veelen weg te neemen, „ en door dien weg ook de verfchillen te doen verminde,, ren , en dus mede te werken aan de bevorderinge van „ Waarheid en Freede."

Een oogmerk, 't welk elk moet bekennen zeer loffelijk te weezen, terwijl het Stukje zelve, zoo door de overtuigende wijze van voorftel, als de onpartijdigheid, welke 'er in doorkraait, daar toe ook zeer gefchikt is. Het loopt, in 75, en dus net zoo veel als bladzijden, zonder andere onderfcheidingen, dan die de orde der Verhandelinge, welke analytisch is, vereischt, geregeld af. De 3 eerfte §§ dienen, bij wijze van inleiding*,, om de verfcheidene beteekenisfen van het woord Wet, en de onderfcheidene opvattingen van de Zedelijke Wet, in't bijzonder, aan te wijzen. In de 4de komt de Schrijver tot het ftuk zelve, en ftelt zich twee hoofdzaaken voor ter behandelinge „ I. De» aart der Wet , zoo met betrekkinge tot het

„ Ver-

Sluiten