is toegevoegd aan uw favorieten.

Gronden der meetkonst.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V.Boek. ( 78 )

PROBLEMA XI. (V)

Tot drie gegeeven lynen (AB, AC, BD) een vierde even* redige te vinden.

-a- 33 Q- Hebbende, als in het

-A- C voorgaande Problema,

H —J>cy^ f AP en AQ getrokken,

yf I zo laat daar in geno-

I ƒ men worden, Ab=:

y I i AB, Ac=AC , en

_< d P SD = BD; trek 5c,

en DE parallel met dezelve (7.5.)» fnydende AQ in E; dan is cE de begeerde vierde evenredige. Want, A5 (AB): Ac (AC) ::5D(BD):cE [10.4.].

PROBLEMA XII. (p)

Tujjchen twee gegeeven lynen (AB, B C) een Middenevenredige te vinden.

A x> In de onbepaalde lyn

AP, neem A5~AB,

-B C en 6C = BC;deelAC

j% in twee gelyke deelen in

y\ D (4.5O5 en laat uit D,

/ X als Centrum, met DA,

/ \ of D C, als ftraal, een

/ \ halven Cirkel befchree-

L -! f -L jp ven worden (Poft. 3.);

-a- 6 d C trek 6E perpendiculair

op AC (1.5.), fnydende den omtrek in E; dan zal b E de begeerde middenevenredige zvn. Want, Ah (AB):5E::5E: 5C (B C). [16.4,] PROBLEMA xiii. (3) 2&« gegeeven lyn (A B) z'rc JU'ee ace/en (A C, C B) te fnyden , die tot eikanderen de zelfde reden bebben, als twee gegeeven lynen (A D, D E).

Trek

(0) Eucl. 12. 6. B. (ƒ>) 13. 6. B. (jaj Eucl. 10. 6. B.