Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( H )

den Formeerder aller dingen, in wiens werken zoo yeele blyken van menfchenliefde en voorzienigheid doorftraalen! — Aan den hoogen Hemel zien wy Zon, Maan en Scarren tot geleiders op onzen fpoorloozen weg gefield, die by licht en duifïerheid de plaats onzer beilemming doen kennen? — weergalooze befpiegeling! — Naauwlyks is de vaale Nacht aan de Westerkimmen fchuil gegaan; «naauwlyks zien We haar het r.evelverwig hoofd onderhaaJen , of de purperen Dageraad ontdekt ons de woonplaats van het Ouften. — welk eene majeftieufe glans, — Welk eene ontzagverwekken* defchoonheid zien wy aldaar boven den gezigteinder opgaan! — De Zon, gehuld met helderglinflerende ftraalen, fteekt het hoofd ter halver kimmen uit, en fpreidt een' tintelende gloed over de fchulpende watergolfjens. — Voortreiïelyke be* fchouwing; maar nog voortrefFelyker, als wy zien tot wat einde zy ons rtrekken zal. Zie den ervaaren Stuurman de plaats der Zon, naar aanwyzing van het Compas afmeetenj — Zie hem, volgens de regelen der Wiskunde, berekenen , waar hy haar vinden moest, en hoe veel zyn Compas hem dus

van zynen behoorlyken weg zoude afleiden. -

Hoe zorgt de Algoedheid voor ons, daar wy anders van ons fpoor geraken zouden , en ligcelyk op bank of klip dit Gevaarte, ja mogelyk ons leeven verliezen! — Hier dryven wy weder met onzen kleinen Aardkloot op de vleugelen des winds door de ruisfehende baaren bekommerloos heenen, dewyl de Morgenkweekfler ons een veilig fpoor heeft aangewezen. — De glinfterende Dagtoorts ryst ilaatig boven den Gezigteinder op , als of

zy ons op den tocht wilde geleiden; Elk

oogenblik is zy met heur hulp dienstvaardig. Mogt

on-

Sluiten