is toegevoegd aan uw favorieten.

Almanach der kruid-kunde voor het jaar 1800

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 33 )

B.Steekelig Qiirtus) Als de hahen iets 'langer

en wreed zyr1. 9.Gehoird (pUofui) Zo er zig lan^e krom ge-

boogen hsnren vertoonert. * W.Vlekkig (fillofusy De hairen zyn lang, wit

11, Zagthairigm(pubescens) Waar zeer kleine witte fvne hairen zyn.

12. Fluweelachtig'ferittusïWwnnetT, door naauwlyks zigtbaare digt cpéénliggende hairen , oe oppervlakte blinkend wit is.

z^milig (JanatuO Zo de v!aUte mQt JS wrtie, lange* wel te onderfcheiden hanen bezet is»

,4, Donsachtig Qomentofus) Zo de witte hairen zoo onder malkanderen verward zyn ,dat men die niet onderfcheiden kan.

Xr.Gebaard [barbatus) Zodehairen bundelswyze by malkanderen ftaan.

16 Bord elk Cftrigr./us) Zo de vlakte met liggende, digt opééngedrukte kleine borfteljeas bezet is, die benedenwaard dikker worden.

^.Brandend (urens) Waar kleine bairen, by het ' aanraaken, een brandend pynlyk gevoel gee-

t8 "mnkbraauwhairig (ciliatus) Zo aan den rand of vlakte eene reeks gelyklange hairen (taan. i9.Getepe!d {papilofus) Zo er kleine wratjens

aóJK'fc Qapulofus) Waar kleine holte blaar-

Si zTgtftlkdig Onurclatus) Waar kleine korte ' kruidige fteekelen zyn.