Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n&. Opheldering van Luc. II: 1-38.,

een Dienstknegt aangenomen hebbende, en de$ inenfche gelyk geworden is 1 (a)

Vs. 21-52.

ys Heilands Kindsch en verborgen Leeven.

§. 166. Ons oogmerk, Waarde Leezer, met dit gedeelte van Lucas verhaal onder uwe aandagt te ftellen, is voornamelyk om eene verwondering y welke u, uit aanmerking van de weinige aanteekeningen in opzigt tot 's Heilands kindschheid en vei> borgen leeven, gedurende eene reeks van dertig Jaren, wel bekroopen heeft, en uwen weetlus? naar meerdere kennisfe daar van wel aangeprikkelt heeft, weg te neemen, en u hier in meer tot voldaanheid en ruste te brengen. — Daar op zullen wy denkelyk nog de eene en andere byzondere aanmerking, welke eenig licht geeven kan, laten volgen.

§. 167. Ter uitvoering van ons eerfte en voorna, me ftuk, zoude ik u vragen, wat wenschte gy tog wel van 's Heilands Kindfche en Jongelings jaren te weeten ? Vraag alles wat gy met billykheid verlangt , en de Euangelisten, vooral onze Schry ver, zullen u zoo ten vollen beantwoorden, dat gy bloozen zult van fchaamte over uwe onbedagtzame verwondering. }. Vraagt gy, heeft men met dip wonderkind, in opzigt tot de Godsdienftige plegtigheden, eeven zoo gehandelt, als men met andere Kinderen, Zoonen, en wel eerstgeboorene

Zoo-

00 Phll. II: 7.

Sluiten