is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte opheldering van eenige plaatsen uit het Nieuwe Testament.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74 Opheldering van Hand. VIII: 16.

maar van dat, daar men hier naar vraagt) met een zaligmakend geloof, met een geloof dat het hart reinigt, dat regtvaardigt, dat de waereld overwint (a), zonder bewerking, zonder bovennatuurlyke en kragtdadige bewerking van den Heiligen Geest : dat bewyze ik ook uit die fchriftuurplaatfen , die in de voorige §. bygebragt zyn, en ik hebbe niets daar teegen , dat gy daar by voegt, Jef. LUI: i. en Eph, h 19, 20. (b). Ik laat my niet in om dit zoo dierbaar leerftuk nader te betoogen, om dat dit door de Schryvers van Godgeleerde Opftellen, rykelyk en bondig gedaan is (Y).

§. 57. Maar op de derde vraag, over het eer/Ie lid, komt het meer aan. Daar op nu antwoorde ik: *. Dat zy verre! dat niemand der Christenen te Samaria een beeter geloof zou bezeeten hebben dan Simon, of dat niemand hunner een beeter hart, door genade, door zaligmakende genade , zou heb. ben gehad, dan wy gehoort hebben , dat Petrus in dien Tovenaar zag, §. 55; waarby men voege vs. 2r. gy hebt geen deel nog Lot in dit woord, want uw hart is niet ~regt voor God. Zoo verre is dat, naar onze gedagten, daar van daan, dat denkelyk niemand dier gedoopte Samaritanen zoo ongelukkig

en

(» Ik gebruike liefst Schriftuurlyke benamingen, nlzóo ik Uit dat Goddelyk Boek wys worde , en daarboven met wys weezen wil; Rom. XII: 3.

■Jf) Ik drukke my, met toeleg, alzoo uit, om dat forofnigen over die texten, met of zonder genoegfamen grond, anders denken.

(O Men zie j. a Mahck , Godgel. Hoofdft. XXII: §• 13, 23. §. 11.