is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte opheldering van eenige plaatsen uit het Nieuwe Testament.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opheldering van Hand. XI: i -18. xo$

De Heilige Geest leidde hen wel in alle waarheid, welke zy voor hun zeiven of voor de kerke noodig hadden te weeten, maar ook dan eerst als die kennisfe te pasfe kwam (V). Dewyl nu de roeping der Heidenen niet voorheen , maar thans beginnen moeste, zoo konden zy te vooren wel, maar nu niet langer, daar omtrend donker blyven. Daarom werd dit geheim thans aan Petrus, Hoofd li, X, en door hem aan de Gemeinte , in dit Hoofddeel, geopenbaart. — Ook beftaat die onfeilbaarheid niet in een verlosfing van alle zondige verkeertbeden. Het tegendeel weeten wy uïtde Handelingenen Brieven der Apostelen (b). Het moet ons derhalven niet verwonderen, al waren onder die misnoegden tegen Petrus, en onder de al te fterk verkleefden aan het Jodendom, zelfs Apostelen geweest. — Maar hunne onfeilbaarheid beftond hier in , dat zy in het voorftellen der zaligmakende Leere, en in het fchryven der regelmatige Boeken , van alle dwalingen en misvattingen bewaart zyn geworden. Daar tegen nu ftrydt de opgegeevene bedenkelykheid niet het allerminfte, alzoo zy niet geleert, veel min gefchreeven hebben, dat de reine fpraake des Euangeliums tot de Heidenen niet behoorde gewend te worden.

§. 70*. Wat aangaat de derde bedenkelykheid. Het tufte lid daar van wordt uit het tot nog toe aangevoerde vry klaar. — Het gezag van Petrus was

niet,

00 Lees i Cor. XII: 7, en Joann. XVI: 4, is en 13. CO Psdsnk Hand. XV: 36-4°, en Rora. VII: o-atf,

G 4