Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

x48 Opheldering van Hand. XIV: io,2oen 21.

niet, en veel al van een ander foort, in het Koningryke Gods moeten ingaan, leerden (landyistig, onbeweeglyk, en altyd overvloedig in het werk des Heeren te zyn (a).'

HOOFDST. XV: 7. de eerfte woorden. Ende als \_daer over] groote twistinge gefchiedde.

§. 114. Hoe, zal wel ligt een Leezer met bevremding vragen, hoe vereffene ik eene groote twis~ ting met de onfeilbare verlichting, met de vreedelievendegezintheid van deeze zoo eerwaardige vergadering, welke men het eerfte Synode der Christelyke Kerke pleegt te noemen ? Hoe is dezelve in te fchikken met het hoog gezach, dat de Apostelen, onfeilbare Leeraars der waarheid, bezaten ?

§. 115. Ik antwoorde: «. Het blykt uit dit verhaal geenszins dat deeze heevige twisting voorgevallen zy tusfchen Apostelen , wier onfeilbaarheid in de Leere wy verdeedigen. Wy Ieezen in dit ganfche Hoofddeel van niet meer dan twee Apostelen Qb~), Petrus en Jacoèus, en deeze waren zoo verre van verfchil te hebben, dat zy in hunne redenvoeringen , aHerliefdérykst en volmaakt inftemme. Zie vs. 7-ii, en vs. 13-21. /2. Hier uit volgt derhalven, dat anderen in deeze vergadering,

wel-

(«) Ik hebbe myn oog op 1 Cor. XV: 58. (O Misfchien is Joannes hier ook tegenwoordig geweest, Zie Gal. II: $>.

Sluiten