Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opheldering van Hand. XX: 35. 233

voorgaande vs. Gy zeiven weet dat deeze handen gedient hebben tot mynen nooddruft, en den gmen Die met my waren. 3. Eindelyk, om dat wy eenen gelykfoortigen raad van Paulus aan onze Ephefiers vinden , in zynen Brief Hoofdft. IV: 29. Die geftoolen heeft Jleele niet meer, maar arbeide liever, werkende dat goed is met de handen, op dat hy hebbe mede te deelen, den geenen die nood heeft.

§. 186. Wat de derde vraag aangaat: Het is wel zeker,dat de zakelyke inhoud dier woorden overvloedig in de befchrevene Leeringen van onzen grooten Meester te vinden is, zie Matth. V: 7. XXV: 34 en 35. Luc. VI: 35-38. XIV: 12-14. XVIII: 22. egter kan men uit de manier van zeggen des Apostels: De woorden van den Heere jefus, dat Hy gezegt heeft, , het is zaliger te geeven dan te ontvan, gen, niet wel twyffelen, of het is eene kortbondige fpreuke van onzen Heiland geweest, niet ongelyk aan eenige der Heidenfche Wyzen (a). — Maar hoe is Paulus aan de kennis van deeze niet befchrevene woorden van Jefus gekomen ? Ik antwoorde , door overlevering, van die geenen " welken jefus gehoort hebben, en van welker egtheid hy volle verzeekering hadde (£). §. 187.

Grótius over deeze plaats, en Tilxotson in zyne Predik. V. Deel, Bladz. 758, halen aan de gezegdens van Aristoteles: Daar is meer deugd in V geeven dan in 't ontvangen; van Plutarchus: Weidaten te geeven, is vermatelyker dan te ontvangen; van Seneca: Jk wil liever geene weldaden ontvangen, dan geene geeven. enz.

O) Vergel. Hebr. II: 3. en Luc. I: 1 en 2. Dat deeze

ftei-

P 5

Sluiten