Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

234. Opheldering van Hand. XX: 35.

§. 187. Betrekkelyk tot den zin deezer dierbare fpreuke, waar over de vierde vraag ging, zeggen wy: — Dezelve is niet: , Dat het vernederend , zy voor Leeraren, eenige vergelding voor den , Euangeliedienst te verkrygen , en veel gelukki, ger voor hun, dat zy door een winnend werk j wat over vergaderen ten dienfte van Behoeftij gen', gelyk iemand, die de woorden, alzoo arbeidende de zwakken op te neemen, verftaat in de meening welke wy §. 185 eerst voorftelden , zoude konnen denken; maar ze komt hier op uit: , Het is alleszins gelukkiger , liefdadigheden aan , noodlydenden te bewyzen , dan dezelven te ge, , nieten'. — De waarheid daar van ftraalt middagklaar door, als wy bedenken. %. Dat hy die geeven kan in een gelukkiger ftaat is, alzoo hy het genoegzame, ja -overvloed , door Gods zegen, bezit, dan hy die ontvangen moet, alzoo die door verfch'eidene bezoekingen, gebrek lydt. De laat' fte vertoont in zoo verre niets dan eenen elendcding, maar de eerfte zweemt in dat opzigt eenigszins naar Hem , die ons alles mildclyk geeft om te genieten. 2. Ook is het heerlyker te geeven, en meer verneederend te moeten afhangen van de hulpe van anderen. Salomo heeft dit wel opgemerkt, Spr.XXII:7. De ryke heerscht over de arme, en die ontleent is des leeners knegt. 3. Daar fteekt verhevener deugd

in

(telling noch de voorgewende onvolmaaktheid der H. Schrift, noch de noodzakelykbeid cf agtbaarheid der Joodfche en Roomfcbe overleveringen begunitige, kan de Leezer gemakkelyk doordenken.

Sluiten