Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opheldering van 2 Cor. IIï: 18. 233

zoo verre ik gezien heb (temmen zy alle daar in civet een, dat m die woorden de werkende oorzaak van die heerlyke verandering word aangeweezen, het Zy die dan zy de Heere Chriftus. 1 Cor. 1: 30. het zy, gelyk men meed denkt, de Heilige Gecli. 1 Cor. 6; 11. 1 Pet, 4: 14. Dan by my is eene fterkc twyfïeling opgereezen, of dit wel de meenin^ van den Apoitel zy, en dat wel om deeze twee redenen. 1, Om dat Paulus niet, gelyk anders gewoonlyk gelchiedt fchryft, door. des. Heeren Geeft, maar van des Heeren Geeft. 2. Om dat hy niet eenvoudig lchryft, door des Heeren Geeft, maar met bevoegmg van iut yergelykend woordeken als, als van des Heeren Geelt, 't welk my dunkt dat de Apoitel niet zoude gedaan hebben, indien hy de wevkmeeller van deeze verandering., ais zodanig, had willen aanwyzen. Het komt ons zoo voor, dat hy leeren wil, hoedanig die heeriykheid der Chultenen is en worden zal, nam. als van des Heeren Geeft, dat is van Christus Jesus, gelyk wy over vs. 17. getoont hebben. Niets is beminnelyker, niets ook groote»- voot de gelovigen, als dat zy verandert worden van heerlykheid tot heerlykheid, zoo als di: van hunnen dierbaren Heer en Zaligmaker bezeten word. Rom. t: 29. Zie ook vs. 17. 1 Cor. 15: 49. Phil. 3: 21.

§'. 220. Wy eindigen met deeze nuttige aanmerkingen. Gods heerlykheid word allerbelt in

Cnriitiis Jefus aanlchouw.t, ja buiten hem, ais waar-, in regtvaardigheid én bermhartigheid., heiligheid en genade alleen vereenigt zyn, niet te agten3 en niet beminnelyk voor den ichuldigen Zondaar. Hoe groot is dan niet het belang iö het ontdekte aangezicht van Jefus Chriitus. Wat moeit ons oog niet op Hem gevettigt zyn. De tut werkingvan de verlichte kennisiè van God in Ciinttus' P 5 15

Sluiten