is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte opheldering van eenige plaatsen uit het Nieuwe Testament.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

|éf Opheldering van Philipp. III: ij;

HOOFDST. III: vs. n.

Of ik eenigfins moge komen tot de wederopffandinge der dooden.

jlf^ ^an n*et denken, zoo redeneert eeri Christen , die zich by dit vérs ftil houdt, dat de groote Apostel eenigen twyjfel zou. de hebben, of hy wel bereiken zoude den gelukkigen {laat der Zalige Opfianding uit den dooden; immers van zyne heerlyke verwagting fpreekt hy met de grootfte verzeekering 2 Tim. 4; 8. Hoe moet ik het dan hier begrypen, dit hy met bekrompenheid, met bekommering fchryft, of ik eenigzins komen

mogte tot de wederopstanding der dooden ? Zoude Paulus ook zyn oog gehad

hebben op, en heftig gefireeden hebben om , eene vroegere opfianding, welke den Martelaar en, (zoo fommigen beweeren) toegezegt wordt, duizend jaaren voor de algemeene Opfianding, Openb. 2q: 4 6 ? Of ligt 'er wat anders in deeze woorden opgewonden ? ■ Het lust ons, met weinigen onzen Leezer, uit zyne onzeekerheid , op een goed en veilig fpoor te brengen.

§. 81. Ik ween wel, dat fommige vermaarde Uitleggers O) hier niet willen afgaan van de gewoone beteekenis der uitdrukking de weder-

op-

. (<0 Zie onze geëerde Randfchryvers.