is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte opheldering van eenige plaatsen uit het Nieuwe Testament.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opheldering van Philipp. Ui, 'n. 97-

opstanding der Dooden , en tot dat einde hun best doen om het onzeekere, dat in 's Aposteis zegwyze of ik eenigszins komen mogte , fchynt te liggen , weg te neemen , en alleen te brengen tot de moeite en naaijlige zorg, welke hy aanwendde, om toch wel zeeker een deelgenoot dier Zalige opfianding te mogen zyn (b ) : Edoch wy konnen niet zien, dat dit met grond gefchiedt, ja zelfs die plaatfen , waarop men zig beroept Hand. 27: 12. Rom. 1: 10. en n: 14, behelzen niet duister hst twyjfelagtige van den uitflag dier pogingen,

gelyk de Leezer zelve beproeven kan. —

Wy verlat*, n daarom die voetftappen , doch niet om te treeden op het ongebaande pad van die weinigen , die tot eene vroegere opfianding der Bloedgetuigen zig wenden (c). Deeze fteiling toch, welke in de H. Bladen nergens geleert word, ja welke in alle die plaatfen, welke ons onderrichten , dat de opftanding der regtvaardigen ten uiterften dage gelyktydig gefchieden zal, wederfprooken word (, d) , kan geenszins bevestigt worden, door eene enkelde plaats, uit een Prophetis Boek, dat vervult is met oneigentlyke en zinnebeeldige manieren van

fpre-

(6) Dit doet onder anderen J. Ei.sner in zyne Verkl. over deezen Brief. 2. D. Bladz. 306.

(c) Men kan die zonderlinge Geesten uit Wolff Ieeren kennen die hen ook wederlegt.

\d) Ik hebbe myn oog op Joann. 5: 27 29. 6V

39, 40.11:24. Hand. 10:42. Philipp. 3: 20, 21. 1 Thesf. 4: 16, 17. 2Tim 4: r. vooral op r»Cor. 15: 23— 55daar Paulus dit moest geleert hebben, indien het eenigen grond hadde, maar daar Hy dit gevoelen wederfpreekt.

G