is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte opheldering van eenige plaatsen uit het Nieuwe Testament.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5>8 Opheldering van Philipp. III: ir.

fpreeken (e). ——— Zal men dan den wydberoemden Cocceus en anderen, in de manier van begrypen (f) volgen. Zy verftaan hier de geestelyke opfianding en wel in haare volkomenheid. Ook dit vinden wy niet gevoeglyk, om dat dezelve nimmer eene wederopftandinge der Dooden genoemt word, en ook niet eigenaartig, naar myn inzien, kan geheeten worden. ■ Wat dan? al voor lange kwam het

my voor, dat Paulus door de wederopftanding der dooden hier bedoek heeft dien ftaat van volmaaktheid byzonder, van volmaakte heerlykheid, die by de heerlyke opfianding der Dooden zal plaats hebben Pf. 17: 15. Dit dagt my dat de Apostel middagklaar, in het geene hy onmiddelyk hierop volgen laat, aanwysc: niet dat ik het aireede gekreegen hebbe oftefilreede volmaakt ben, maar ik jage daarna, of ik het ook grypen mogte, daartoe ik van Christus 'jefus ook gegreepen ben. Broeders! ik achte niet, dat ik zelve het gegreepen hebbe , maar een ding doe ik, vergeetende het geene dat agter is, en /trekkende my uit tot bet geene dat vooren is, jage ik naar het uit, tot denpiys der roepinge Gods, die van boven is in Christus jefus. vs. 11 — 14. . . Die volmaaktheid moest de Apostel in dit leeven aanzien als onzeeker, alzoo dezelve van God niet belooft was, maar te gelyk nogthans als ten hoogfien begeerlyk, ja

als

(e) Onze Leezer kan over Openb. ao: 4 6. onze

Randteekening en den Geleerden W. a Brakel in zyne Reed. Godsd. 3. D. Bladz. 330 333 » nazien.

(ƒ) Zoo drukkén wy ons met opzet uit , om dat in den zaakdyken zin die Geleerde Mannen juist met ons iniiemmen.