is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte opheldering van eenige plaatsen uit het Nieuwe Testament.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io8 Opheldering van Colosf, I: 15.

van alle zyne broederen, waar de eerstgeboorene van al hst schepzel, of van de geheele sch .ppinge ? Het kan zeer wel

zyn, dat hy in zyne onderzoeking zig zeiven nog voldoen, nog tot genoegzame Verzeekering van het waa're gevonden te hebben, brengen kan; wy zoeken even daarom hem daarin tot eenigen dienst te zyn.

§. 89 Omtrent het eer/Ie is die gedagte vry gereed , dat de Apostel dus zal gefchreeven hebben, om des Leezers aandagt van alle ver. derde Goden, die zichtbaar zyn af te leiden, en op te voeren tot hei waaragtig oneindig Opperweezen, dat een Geest is Joann. 4: 24. welken nooit iemand gezien heeft, nog zien kan Joann. 1: 18. en 1 Tim, 6: 16., en die even dwom den titul van den onzienelyken meermalen draagt, 1 Tim. 1: 17. Hebr. 11: 27. zie ook Rom. 1:

2°- ■ Dewyl egter de vernuftige Paulus

dit zelfde op veele andere wyzen had konnen doen, zoo keert de vraag wederom , waarom juist verkoozen de onzienelyke God? Zoude hy daarin niet gevonden hebben, die aartige fpreekftyl, dien men oxumoron, vernuftig dwaas noemt? Is God onzienelyk, hoe kan men van Hem een beeld hebben ? dat fluit niet, zoude men zeggen; het is evenwel van Christus waar, zegt Paulus. Dit is raadzelagtig Ik zoude deeze vinding te minder verwerpen, om dat onze Apostel nog tweemaal in deeze zelfde zaak die figuur gebeezigt heeft, t.w.Rom. x: -o.en Hebr. 11: 27 en dus getoont, daarin fmaak gehad te hebben (*).

Dan

GO De Leezer merkt die figuur , zonder dat ik het

hem