Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*2 HET JAAR TWEE DUIZEND

was verder bedekt met eenen mantel in de gedaan* te van een tabbaard, die van een heilzaam nut was bij regenachtig of koud weder.

Zijne lendenen waren deftig met eenen langen gordel omgord, die hem eene gelijke warmte verfchafte. Hij hadt geene kousfenbanden , die de kniefchijf knellen en den omloop des bloeds verhinderen. Hij hadt lange kousfen aan, die hem van de voeten tot den middel bedekten, en zijne voeten waren met gemaklij ke fchoenen in de gedaante van broozen gefchoeid.

Hij bragt mij in eenen winkel, daar men mij verzogt van klederen te verwisielcn. De ftoel, op welken ik gong rusten, was niet van die ftoelen, met ftoffen overlaaden, die vermoeijen in plaats van u te doen uitrusten; het was eene foort van zetel-ftoel , met eene mat, hellende gemaakt en die zig op eene fpil naar de beweeging van het lighaam draaide. Ik kon niet gelooven dat ik bij eenen klederen-verkooper was, want hij fprak niet van zijn eer en geweten en het was zeer licht üi zijn winkel.

VIER-

Sluiten