is toegevoegd aan uw favorieten.

Het jaar twee duizend vier honderd en veertig. Een droom.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIER HONDERD EN VEERTIG. 7?

men nu met dat paleis, door dien Kardinaal opgerigt, die met geestdrift flegte vaerzen maakte en met alle mogelijke koelheid goede hoofden deedt

afïïaan? Dat groot gebouw bevat verfchei-

den zaaien, daar men ftudieé'n beoefent, die vrij wat nuttiger voor het mcnschdom zijn. Men ontleedt 'er allerhande foorten van lijken. Verftandige Ontlecders zoeken in de overblijfzelen na den dood middelen om de natuurlijke kwaaien te verminderen. In plaats van zotte Hellingen te ontleeden, tragt men dc verborgen oorfprong van onze ellendige ziekten te ontdekken en het ontleedmes baant zig eenen weg in die gevoellooze lijken voor het welzijn van hunne nakoomlingfchap. Deeze zijn de leeraars, die door den Haat geëerd, veradeld, befchonkcn worden. De heelkunde is met de geneeskunde verzoend en deeze laatite is niet meet met zigzelve oneenig.

Ach! welk een fchoon wonder! Men fprak van den ouderlingen haat van de fraaie vrouwtjens, van de jaloerfe woede der dichters, van de bitterheid der fchilders; maar deeze waren flegts zagte hartstogtcn in vergelijking van den haat, die, in mijnen tijd, de dienaaren van Esculapius ontvlamde. Men heeft meer dan eens, gelijk een geestige fpotter gezegd heeft, de geneeskunde op het punt gezien van de heelkunde te hulp te

roe-