is toegevoegd aan uw favorieten.

Het jaar twee duizend vier honderd en veertig. Een droom.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

78 HET JAAR TWEE DUIZEND

roepen Alles is thans veranderd; zij

zijn vriendinnen en geene mededingfters, en maaken flegts een lighaam uit; zij leenen zig onderling de haud en haare verrigtingen, dus vercenigd, doen fomtijds wonderen. De Geneesheer fchaamt zig niet zelfs de bewerkingen te doen, die hij nodig oordeelt; als hij middelen voorfchrijft, laat hij de zorg van die te bereiden niet aan eenen onder-

hoo-

(tf) De Godgeleerdheid en de Wijsbegeerte, die zoo lang mededingfters van eikanderen geweest zijn, beginnen eikanderen eindelijk te naderen ; welhaast zullen zij, op het voetfpoor van de Natuur- en Scheikunde, elkaêr de hand geeven , tot grooter volmaaking van den mensch. De Wijsbegeerte is niet anders dan de kennis der waarheid alleen door het licht der reden; zij toont den gcheeIen aanleg des menschlijken levens en dan zegt zij tot den mensch: Gaa voort, zoo gij kunt. De Godgeleerdheid (dat is de kennis van God en niet die duistere twistzieke weetenfehap, welke men verkeerdlijk dien naam gegeeven heeft) koomt cn reikt haar de hand in haare moeijelijke loopbaan. Van hetgeen de Wijsbegeerte heeft voorgefchreven doet zij de nuttigheid zien cn, de heerlijke hoop van een toekoomeud leven ontdekkende, geeft zij de ziel eene nieuwe kragt. Het zijn dan twee zusters van eene zelfde oorfprong; beflrijden zij elkandcren, dan brengen zij geen goed te weeg en laaten ons over aan allerleie foonen van twijfelingen , die de kwellingen van zwakke Xielen uitmaaken.

Wie zijn zij, die beweeren dat de groote Bouwmeester

eene