is toegevoegd aan uw favorieten.

Het jaar twee duizend vier honderd en veertig. Een droom.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIER HONDERD EN VEERTIG. 9S

De misdaadige, welken men gevangen neemt, wordt in het openbaar aan boeijen gelegd. Men kan hem zien, omdat hij een zigtbaar en duidlijk voorbeeld van de waakzaamheid van het gerecht moet zijn. Boven de tralie, agter welke hij ligt, hangt een bord, dat de reden van zijne gevangenneeming behelst, en daar altoos blijft. Wij fluiten niet meer levendige menfchen in een duister graf, vrugtlooze ftraf, en ijslijker dan de dood! Het is bij het licht van den dag dat hij de fchande zijner ftraf vertoont. Elk burger weet waarom zulk een tot de gevangenis, en een ander tot de openbaare werken veroordeeld is. Hij, welken eene driemaal herhaalde ftraf niet heeft kunnen verbeteren, wordt gebrandmerkt, niet op de fchouderen, maar op het voorhoofd, en voor altoos uit het vaderland gebannen.

O! zeg mij eens, bid ik u, de lettres de cachet ? Wat is 'er geworden van dat fpoedig, onfeilbaar middel, dat alle zwaarigheden effende, dat den hoogmoed, de wraak en de vervolging zoo veel

gemak verfchafte ? Als gij deeze vraag ern-

ftig deed, antwoordde mij mijn leidsman op eenen geftrengen toon, zoud gij den Vorst, de natie, mijzelven beledigen. De pijnbank en de lettres ds cachet (ei) ftaan in denzelfden rang; zij befmetten niet meer dan de bladzijden van uwe gefchiedenis.

ZES-

i-g) Een burger wordt eensklaps aan zijn gezin, aan zijn»