is toegevoegd aan uw favorieten.

Het jaar twee duizend vier honderd en veertig. Een droom.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9d HET JAAR TWEE DUIZEND

van haaren minnaar onftuimig was. Zij vleide zig zijne zeden te zullen kunnen verzagten; maar verfcheiden blijken van gramfchap, die hem dikwijls ontfnaptcn (ondanks de moeite, die hij zig gaf van die te bedekken) deeden haar beeven voor de noodlottige gevolgen, welke haare vereeniging met zulk eenen haastigen man na zig zoude kunnen flccpen.

Elke vrouw is, volgens onze wetten, volkoomen meesteres van over haare hand te befchikken. Zij befloot dan, uit vrees van zig ongelukkig te zullen maaken, eenen anderen te trouwen, wiens karakter beter met het haare overeen kwam. Dit huwelijk ontftak de razernij ineen onftuimig hart, dat zedert zijne tcderfte jeugd zig nimmer hadt kunnen matigen. Hij daagde verfcheiden maaien zijnen medeminnaar in het geheim uit, maar deeze verachtte zijne uitdaagingen; want daar wordt meer moeds vereischt om belediging te verachten, om eene billijke gramfchap te fmooren dan om als een woedende op eene uitdaaging te verfchijnen, welke daarenboven door onze wetten en de reden verboden wordt. Deeze hartstogtlijke mensch, niet, luisterende dan naar zijne minnenijd, viel eergisteren op een afgelegen pad huiten de ftad op hem aan cn, cp de herhaalde weigering van deezen om handgemeen te worden, greep hij eenen tak van een' boom en floeg hem voor zijne voeten dood.

Na