is toegevoegd aan uw favorieten.

Het jaar twee duizend vier honderd en veertig. Een droom.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

222 HET JAAR TWEE DCTZEND

De gefehilleu da* Europeaaneia. om deeze nieuwe landen, de Staatkunde, van gedaante veranderende, cn nu het voorwerp verpletterende, dat zij gisteren liefkoosde; dc lange, hardnekkige oorlogen , des te heviger, des te verbitterder, naar maa-

te

beftaan in hun aile de waarde te geeven , waarvoor zij vatbaar zijn, heeft niets de nijverheid meer wijd en zijd over alle deelen van den aardbol verfpreid ; niets heeft eene grootere hervoortbrenging, eene grootere hoeveelheid arbeid van allerleien aart veroorzaakt dan de hedendaagfe werking van Amerika cn Europa op eikanderen.

Zonder de geestdrift der gierigheid, die de uitgaande cn inkoomende rechten inftelde, die den koophandel met hinderpaalen bezaaide , die , volgens haare grilligheden en haare dwaalingen, de belemmeringen, dc uküuitingen, de verboden van nlleien aart vermenigvuldigde, zou het wederzijdfe voordeel de voortbrengzelen der natuur en der koutten overal verfpreid hebben. Maar de natieën, elkandereu vijandig en weinig verlicht, naijverig op den rijkdom haarer nabuuren, denkende dat zij enig belang hadden om heu in den grond te helpen, hebben zigzelven de rampen van den oorlog en der verwoesting op den hals gehaald.

Maar, welke gebeurtenis! het Noorden van het nieuw halfrond heeft zijne ketenen verbrooken, de vrijheid herleeft in die flreeken , welke onze dwinglandij onderdrukte ; de bevolking zal aangroeijen in die landen, die door dc gouddorst weleer ontvolkt zijn. Aan wien zal Amerika zijne magt , zijne grootheid, zijne rust verfchuldigd zijn ? Aan de wetgecving. liet Noorden zal het Zuiden

van