Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

èa3 HET JAAR TWEE DUIZEND

ZES- EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.

Lodewijk XIV.

Uwe Algemeene Hiftorie bellaar geene groote plaats, zeide ik tot den bezitter van het boekjen, maar het karakter der Vorften verdwijnt in zulk een kort verhaal en ik wil liever een mensch leeren kennen dan een Rijk.

Degeen, tot wien ik dit zeide, nam mij bij de hand en geleidde mij in eene vrij ruime zaal, daar de borstbeelden van een groot getal Vorften, dat is, van de beroemdfte, ftonden. De hedendaagfe Vorften waren 'er meer dan de oude.

Wij hebben, zeide hij mij, die ftaadijke wartaal, die men Hiftorie noemt, verbrand, welker overftrooming zoo vrugtloos onze boekerijen vergrootte; wij hebben ons vergenoegd met enige regelen onder die borstbeelden te plaatfen; zij zijn de uitkomst van alles wat over die verftorven Vorften gedrukt is. De geftrengfte onpartijdigheid heeft dit beflisfend vonnis gegeeven.

Ik herkende het borstbeeld van Lodewijk XIV; ik floeg bij voorkeur het oog op hetzelve en ik las deeze woorden, die ten naasten bij alles uitmaakten wat men over zijn karakter bewaard hadt.

>, Lodewijk XIV bezat een verheven karakter,

Sluiten