is toegevoegd aan uw favorieten.

Het jaar twee duizend vier honderd en veertig. Een droom.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

83 HET JAAR TWEE DUIZEND"

rijker, omdat zij duidlijk zien dat het gebruik vanhunne milde aelmoezen den ongelukkigen regtftreeks hulp zal toebrengen en niet. verdwaalt in de droomcn of in de twistende ontwerpen van een zaamengefield bellier, dat zig zoo veel moeite gaf, zonder iets te vorderen..

EEN- EN- ZEVENTIGSTE HOOFDSTUK.

Vryolg van den Leer aar in de Staatkunde,

wetgeevers van de oude genieenebesten, flegts een klein land te regelen hebbende, geloofden aan de natuurlijke gelijkheid der menfehen,die niet kan blijven beftaan dan in een engen kring. Hun voorbeeld heeft in het vervolg alle de denkbeelden verward. Deeze wetgeevers hadden tot grondllag gelegd de liefde tot armoede, de verachting der rijkdommen en van den arbeid, die denzelven geeft. Zedert hebben fchrijvers, dieniets dan boeken zagen, geroepen: Zijt arm om vrij te zijn: zij dagten dat, om den mensch fterk en gelukkig te maaken, men hem van alles moest berocven, zij hebben het wetboek van enige afzonderlijke vee-hoeders op Staaten toegepast, waarin zig de oefening der zedenlijke en natuurlijke hoedanigheden ontwikkelden, omdat zij de grenzen der Staaten of derzelver terugwerking niet wisten aftemee-

ten.