Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S33 HET JAAR TWEE DUIZEND

woord en betekende in de taal van het land, vijand van het goede volk.

LXVI.

Een flagter gong een kalf Aagten en zijn knegt hief het mes op om een lam den buik optefnijdcn. Ik weerhield hunne armen en zeide hun: Wie heeft u verlof gegeeven om de dieren in hunne kindschheid te dooden ? Zoo men het u toelaat, ik vcrbiede het ü; geen uwer zal noch kalf, noch lam Aagten; niemand zorgt dan voor het toekomftige; men laat de natuur den tijd niet om haare verliezen te herftellen. O vooruitzigt! o vooruitzigt! wat zijt gij zeldzaam onder de menfehen ! Zij denken niet aan de voortplanting der foortcn, even als of de natuur hunne gretigheid genoegzaam konde voldoen. De Caraïbe verkoopt 's morgens zijn bed, en voorziet niet dat hij het 's avonds nodig zal hebben cn de mensch in maatfchappij , onbedagt en onvoorzigtig, zal geen de minfte voorzorg neemen om de foorten in ftand te houden. Hij zal de kalveren, de lammeren, de kiekens opeeteu en zig verwonderen dat hij geene osfen, geene fchaapen, geene hoenderen heeft. Gelijkt hij dan dien Caraïbe niet, die *s avonds fchrcit, omdat hij 's morgens niet heeft geweeten vooruittezien dat hij, als denagtkoomen zou, zou moeten gaan flaapen?

lxvil

Sluiten