is toegevoegd aan uw favorieten.

Staat van regering, godsdienst, geleerdheid en konsten in Groot-Britanje, omtrent het einde van de agttiende eeuw.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoofdft. III. Van de Univerfiteiten. 235

dikantsplaacs te geraken, dan door te wagten, dat er een open valte, die ter begeving van hun Kollegie ftaat, welke zy dan, zo dra de beurt onder de »w aan hun komt, ftaat kunnen maken te kry, gen. Sommigen ondertusfchen komen by 't afwas* ten van die beurt al tamelyk op hunne jaren.

Uit alles,, wat op het ftuk der Univerfiteiten ge zegd is, kan men zonder moeite afnemen, dat zy op verre na niet dat gene zyn, waar voor zy in andere landen gehouden worden. Zy zyn volkomen naar den ouden monniken- en klooster-ftaat ingengt, en het moet ieder vreemd dunken, dat een natie, die zig zo veel op hare wysheid laat voorftaan, niet bedagt is op zodanige verbeteringen waar door het onnuttige, welk elk verftandig mensch by den eerften opflag in 't oog valt, afgefchaft, en heilzamer inrigtingen ingevoerd zouden worden. De redenen daar toe zyn niet alleen zeer overvloedig, maar de ftigtingen op zig zelve zyn dermate iyk, dat met derzelver middelen de grootfte en fchoonfte ontwerpen ten voordeele der wetenfchappen tot ftand gebragt konden worden, indien men met zo algemeen in dit land aan alle oude inzettingen gehegt ware. Zekere klasfen van menfchen, welken zig, fchoon ten koste van het algemeen, wel daar by bevinden, zouden moord en brand roepen, zo dra men veranderingen wilde maken, waar by hunne gierigheid., gemakiykheid of aanzien zouden kunnen Jyden.. De Univerfiteiten hangen zeer vast te zamen met de bisfchoplyke kerk. Deze onoerfteunt de Regeering, en de Regeering befchermt

haar,