is toegevoegd aan uw favorieten.

Staat van regering, godsdienst, geleerdheid en konsten in Groot-Britanje, omtrent het einde van de agttiende eeuw.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

35$ Hoofdft. III. Van de ÜniMerfdeiten.

afgemaald, dat het jeugdig hart my meer dan gemeen begon te kloppen , toen de postknegt, die met my reed, my te kennen gaf, dat wy nog maar twee engelfche mylen van Oxford af waren, en de ftad z en zouden, zo dra wy buiten een klein bosch kwamen, waar in wy ons toch bevonden. Ik kon my met onthouden van myn paard, welke moede begon te worden, eën weinig met de fpooren aan u: z ttetf j en zie! in weinige oogenblikken lag Oxford in al zyne heerlykheid voor myn gezigt. De zo;; aond op 't punt van in 't avond-rood weg té zinken, en hare laatfte ftralen verguldeden de toppen der Kollegien, welke my op dien afftand als zd vele kaflelen voorkwamen. Ik hield een kleine poos fti! cm dit Voor my zo plegtig toont el te genieten. Wat ik toen gevoelde, hoe bedrieglyk ik het ook namaals gevonden had, heb ik menigmaal by andere gelegenheden, doch fteeds te vergeefsch, terug gewenscht. 'Onderwyl hoe nader ik by de ftad kwam, hoe meer myne verrukking verminderde. Toen ik binnen reed zag 'er alles flegt en morsfig uit. Een Kollegie, welk my in 't oog viel, maakte met zyn óuderwetfche vertooning en de denkbeelden van een klooster die het verwekte, reeds ten naasten by een einde aan myne geestvervoering, toen myn arme postknegt met zyn paard op den grond ftortte, en my waarfchuwde om op myn hoede té zyn, ten einde de flegt onderhouden ftraat my niet het zelfde dede wedervaren.

Dit laatstgenoemde ongemak is zedert verhoU pen, en de ftraten zyn thans te Oxford zo wel ge-

pla-