Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het jaar 1774. 237

.gen naar een vast plan te werk, om te beletten dat dezelve niets konden krygen, dan de noodzakelyke mondbehoeften. De landlieden werden terug gehouden om hun geen ftroo, timmerhout, planken of zulk zoort van gerijffelijkheden te verkoopen. Wanneer 'er eenig ftroo voor hunnen dienstgekocht was, werd het menigmalen in brand geftoken: Schepen met tigchelfteenen, voor derzelver gebruik beftemd, liet men zinken, wagens met hout.beladen werden omver gefmeten, en wat den Koningtoebehoorde, door de eene of andere uitvinding, dagelijks vernield.

Intusfchen had de Koning een Plakkaat doen uitgaan, waar by de uitvoer van allen krijgsvoorraad uit Groot-Brittanje verboden wierd, en waar van men tegen het einde van het jaar 1774 in Amerika bericht kreeg. Zoo dra dit op Rhode-Eiland bekend wierd, maakte het volk zich meester van ongeveer veertig ftukkeri gefchut en fleepte dezelven van de battery; terwijl door de Landsvergadering befluiten genomen wierden, om zich op allerleie wyze van wapenen en krijgsvoorraad te voorzien, en om de ingezetenen op de been en onder het geweer te brengen. Kort daar na, op den veertienden van Wintermaand, belegerden vier honderd man zyner Majéfteits kasteel te Portsmouth. Zy ftonden het vuur van drie vierponders en van het kleine geweer door; maar eer dezelve tot eene tweede losbranding gereed waren, beftormden de befpringers het kasteel, maakten zich meester van de bezetting en floten dezelve op, tot dat zy het

kruid.

Sluiten