Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

$2 HANDLEIDING TOT

worden QEns perfe&ibile); dat ongeftoord in zichzeiven te volraaaken kan voortgaan, zonder dat het hem ooit behoeve in den zin te komen, zo ver en niet verder. Met één woord, 't is in de Gelaatkunde, waar men dat Wezen phyfischen moreel zoekt te lecren kennen, waarvan gezegd is: deze zal mijn Beelddraager zijn onder alles, wat mijne Almagtige handen hebben voortgebragt. ó Edele taak! ö alles overtreffende oefening! dat meefterftuk van Gods vingeren aan alle zijden te betrachten; en den mensch te leeren kennen, op zichzelvcn een God, in vergelijkinge van 't gedierte.

Ook het lichaam, ook de in 't oog vallende vorming van den mensch, doet deze ons niet al terilond vermoeden welk een wigtig voorwerp hij voor onze aandacht behoore te worden ? Zijne gedaante en recht opgaande houding , waar in de Heiden zijne meerderheid boven al 't gefchapene reeds zo zeer gevoelde Ce); dat hoofd, in de hoogte geplaatst, om alles, al 't gefchapene te zien, te voelen en te genieten; zijne verfchillende, en zo aanbiddelijk wijs werkende, zintuigen, alle op zulk eene goddelijke wijze geplaetst, befchermd, ingericht en naar zijne beitemming gefchikt; dat helder, open zijnde en glansrijk aangezicht, daar, waar de onftoffelijke ziel haare meeftc veranderingen zichtbaar maakt en vertoont;

dat

(e) Os homini fublime dedit coelnmque tueri Jvjfit, & ad fidera ereiïos tolkre vultus. ,

Sluiten