Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4 DE WAARDIGHEID

tuur van het ampt, dat zij bekleden overeenkom ftig is.

Niet minder is het nodig voor het volk van de waardigheid van het predikampt befef te hebben. Gebrek daar aan heeft nadeelige gevolgen, is een der oorzaaken, die medewerken, om den arbeid der leeraaren vrugteloos te maaken. Wanneer het predikampt bij eene gemeente in agting is, wanneer hij die het zelve bekleedt, om zijns werks wille wordt geëert, dit is voor hem aangenaam en aanmoedigend. Het opent hem den weg tot de harten der menfchen, en zet aan zijne pogingen, welke hij ten besten aanwendt, vermogen bij. In tegendeel is het voor eenen bedienaar van den Godsdienst een eerfte bron van ongenoegen, wanneer het volk, waar onder hij werken moet, de waardigheid van het predikampt niet gevoelt, en daarom voor den bedienaar van het zelve ook weinig of geene agting heeft. Dit ziet men helaas, in meer als eene ftreek van ons vaderland, dat de Apostolijfche les, die gebiedt den leeraar in liefde veel te agten om zijns werks wille niet bekent , of merendeels vergeten is. De l.iage, zelfs de veragtelijke wijze, öp welke men daar van den leeraar (preekt, de onverfchilligheid, met welke men hem doorgaans behandelt, het weinig werk , het welk men in 't geheel van hem maakt, bewijzen, dat men aldaar het predikampt , als zo waardig niet aanziet. Is het aangenaam en aanmoedigend voor den leeraar, wanneer die geene aan welker heil hij werken moet, hem op eene betamelijke wijze liefhebben en eeren, wanneer hunne taaie en gedrag

hunne

Sluiten