Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(3ö)

weg te gaen, my heeft ovcrhaelt, Van Haexendonk van den anderen kant heeft my dikwils komen bepreken, hy heeft mynen Broeder, die hy kende voor den genen nae wiens raed ik altyd luylterde, beweegt om my ook te verwilligen, dus dat ik met alle recht en oprechte reden -mag zeggen: hoe ik ben geworden Capucin door bedrog tegen mynen habituclen wil, dewyl ik gedeuriglyk nae • myne Vrienden fchreef, dat ik in de Capucinen my teenemael bedroogen vond; den Guardiaen voornoemt eenen dezer Brieven ondernomen hebbende, fprack my op een alderfachtmoedigfte wyze , iklegge zeer zoctelyk, .-anders ik had zekerlyk uytgegaen (i). Als ik hem abfolut myn intentie om weg te gaen declareerde, hy liep weg, zeggende; dat hy myne Kleederen niet wilde nog mogte wederom geven, dat.Mynhecr Van Haexendonk hem zulks had verboden : by dies wilde ik vertrekken, dat ik met de Kappe moeite aengaen , en dat men my aldus alomme zoude aengehouden hebben voor "Apoflaet, &c. Op dezer wyze heeft den Novitie-Meelier my op den 14 Julius en op den 29 dito, verpligt en als overkragt om te blyven. Voluntdrium eft liberurn.

Wat wonder ? Mynheer Van Haexendonk wierd danof onderricht, dezen man in wien ik vifte mynen Broeder alle vertrouwen droeg, kwam daer op üraks by my om tc Prediken, en te feggen met Bonaventure : ó Beata folitudo ! 6 jbla beatitudo l immers : dat'er buyten de Capucinen r> niemant j'aligkamv orden ten zy Begginen: zulke en zoodaenige bewecg-redens hebben myn hert

(i) Men zegt en het is waer, dat het Novitiaet der Capucinen, is een 'Potbakkers wynkel om te erbakken de vyt" zinnen , het tilderzotfte werk dat men ter weireld kan verzinnen . . .- Maer zoo liebben zy met my niet durven beginnen , zy ftreeldeu en preelden my in het Novitiaet wetende ik gedeurig daer nyt wilde gaen , am dat ik voorzag het c.ene my daer nae is overgekomen, te weten, dat men -my zoude gep.ifleert hebben om dat ik de gaeve van vleyen en ftrééïèn niet had : zy hebben my creftreelt tot dat zy my aen den hack hadden : want nauwlyks was ik aen den Gordel gebonden, den Scraphiken Difpotifmus heelt my in het tweede Novitiaet bynac t-erfionden : ik gaen voor Tjy de zottigheden vaa het Novitiaet, dewyl zy liet pampier niet veidienen.

Sluiten