is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooneelspelen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE STORM,

heeft zyne Reisgezellen verlooren,en dwaald rond, om hen op te zoeken.

Miranda.

Ik zou hem een Goddelyk wezen noemen; want nooit zag ik in de Natuur zulk een edele geftalte. Prospero, (ter zyle)

Ik zie reeds, het gaat naar mynen wensch. —— (overluid) Geest, fchoone Geest, daarvoor wil ik u in twee dagen vry laaten.

Ferdina nd, (Miranda gewiar wordende )

Gy zyt zekenyk die Godin, wiens tegenwoordigheid de voorbyzynde welluidenheid aankondig, de .' fti myn bede toe , om te weeten, of gy op dit Eiland woond, en verwaardig my te onderrigten, hoe ik my hier gedraagen moet! myn eerlte wensch, fehoon het laatfte uitgefprooken, is, ó wonder .' te weeten of gy gefchaapen zyt , of niet (0?

Miranda. Geen wonder, myn heer, maar wel zeker een Maagd.

Ferdinand. In myn fpraak !—Hemel! ik bende voornaamftc onder hun , die deze taai fpreeken; was ik flegts, daar zy gefprooken word !

Trosp ero

Hoe! De voornaamfte? Wat zou er van u worden, indien ik de Koning van Napels hoorde fpreeken?

Fisr.

(si Dus vertaalden Wieland deze vraag en het daarop volgende antwoord naar de uitgaave van Warburton. Volgens de gewoone , en zeer welvoegen' de letzing , vraagt Ferdinand, of Miranda, die hy een wmder noemt, nog Maagd, dat is, nog ongehuwt is ? en zy antwoord: „ Een wonder ben ik „ niet ; miar zekerlyk nog Maagd." — Hier by voegt zig ook, gelyk Johnson aanmerkt, dat geene zeer wel, dat Ferdinand in 't vervolg zegt:., O.' „ als gv nog Maagd zyt, dan zal ik u tot Koningin van 2£ ' - atikan ."'