Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,236 HANDLEIDING TOT

De nieuwfte hebben het onzekere en 't gebrekkige daarin befpeurd ; en hunne werken draagen blijken, dat zij in verfchillende graaden meer of min van zulk eene verkeerde behandeling zijn te rug gekomen.

Misfchien zal men van 't fpoor der Ouden nog meer dienen af te wijken, zich nog minder alleen op afzonderlijke deelen moeten verhaten , en de liefhebbers dezer weetenfchap nog meer op 't geheel moeten verwijzen; ten einde de Gelaatkunde vastigheid en gronden van zekerheid te verfchaffen.

En dit Leezer! is de waare reden, waarom wij in 't mededeelen van allerlei afbeeldfels hier fpaarzaamer geweest zijn dan in het eerfte Deel; behalven dat wij , om te zekerder te zijn van minder van de natuur af te wijken , dan doorgaans bij 't graveeren van pourtraitten gefchiedt, ook hier meest enkele filhouëtten, ter befchouwinge en phyfionomifche oefeninge, hebben medegedeeld.

't Is ongelijk ligter in dezen de juiste gelijkheid te bewaaren , dan in andere afbeeldfels bij moogelijkheid gefchieden kan.

Het oog van den Waarneemer loopt hier ook veel minder gevaar , om zijn aandacht- op iets anders dan op het weezenlijk phyfionomifche ■ te vestigen; niets dan de geheele profil-lijn, bijkans volmaakt zuiver, en dus de geheele evenredigheid, die 'er in het gelaat

Sluiten