is toegevoegd aan uw favorieten.

Vervolg op de reis naar Brunswijk.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jio REIS VAN

opgegeeven, en beflooten den berg te voet weder, om opteklimmen. Zulks viel hem wel, ora redenen, die in zijnen buik te vinden waren, zeer bezwaarlijk, evenwel kwam hij" eindelijk, het kamizool open, de das los en overdekt met zweet, bij den wagen, alwaar hij Dominé schottenius vond, wieu op dit gezicht een zwaare (teen van het hart viel. „ Maar waar is nu Mijnheer de Houtves„ ter doornkosch ? " Deeze vraag deeden beiden genoegzaam tegelijk. Dominé schottenius had onderfteld, dat de Houtvester bij den Bailluw was en de Bailluw had daartegen gemeend, dat dezelve bij den Dominé was gebleeven. Wanneer hun op deze wederzijdfche vraag in den begin in 't geheel geen , en vervolgends het andwoord gegeeven werd , dat geen van beiden Mijnheer den Houtvester, fïnts den tijd , dat zij den middag - maaltijd hadden gehouden , gezien had, waren zij beiden te moê, alsöf zij eerst met kookend, en een oogenblik daarna met ijskoud water van het hoofd tot de voeten begooten werden. Beiden hadden even groote genegenheid voor den Houtvester, en zij fchrikren, wanneer zij dachten, dat hem een ongeluk kon overgekomen zijn , en dit was, helaas! meer dan waarfchijnelijk. Het doet ons , bij het goede hart, 't welk wij, zonder ons juist daarvan te beroemen, bezitten, in de ziel leed, dat wij volfirekt geen' kans zien, om onze beide Heeren eenig bericht te geeven van het noodlot van den braaven Houtvester: dan, daar alles in ons Werkjen zijnen

na-