Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

144 REIS VAN

deelde het niet te durven waagen, met de nachtmuts aan de gemeene tafel te verfchijnen, en de Paruik van zijn' Amptsbroeder zaalr. had de Paruikenmaaker terftond medegenoomen. De Bailluw wauman wilde zich evenwel aan het gezelfchap van zijnen Reisgenoot niet onttrekken , dus lieten zij zich het eeten op hunne Kamer brengen. De Bailluw wauman was wel een bekwaam huishoudkundig Man, doch niet zeer gefchikt, om een gezelfchap te onderhouden. Hij ging aan het venfter, en befchouwde het gewoel op de ftraat bij het licht der lamptaarnen, met veel genoegen; en Dominé schottenius verlustigde zijn priestelijk oog al mede eenen tijd lang met dit gedruis der aardfche waereld. Vervolgends bezag hij alles, wat op de kamer was, zeer naauwkeurig, en alzo hij door niemand begluurd werd, ftaarde hij zelfs op een fchilderij uit de vlaamfche fchool, verbeeldende Diana met Eudymiön, langer, dan in het tegengeftelde geval wel zou gefchied zijn; doch zonder het innerlijk genoegen daaraan te vinden, 't welk menig fijn Zusjen met al haare kuischheid zeer zeeker daaraan zou gevonden hebben. Veelmeer vergeleek hij de fijnheid, waarmede de uitmuntende Dichter matthisson zich over dit ftuk uitlaat:

Het begint op nieuw te daagen,

En de Kuifche Cynthia Slaat, van haaren draakenwagen,

In zyn' flaap, haar' Herder gaê. Alles moet hem zalig pryzen

Dien Diana's gunften won; Alles roemt, op blyde wyzena

't Heillot van Eudymiön, m£(

Sluiten