Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CELESTINE. as

„ Mijn vriend!" — voerde zij hem te gemoet — „ gij hebt geen geld , en dit is eg„ ter een der onöntbeerelijkfte behoeften, wanneer „ men uit zijne geboorteplaats vertrekt. — Ik be „ zit eenige ftukken gouds; deze zal ik met u „ deelen, wanneer gij mij uwe kleeding, daar in „ dat bundeltje, hier voor wilt overlaten." —

De herder ontving dit aanbod met zeer veel genoegen. Celestine overreikte hem een douzijn dié taten; waar na zij zich het voetpad, dat naar Gadara liep, liet wijzen; affcheid van den ongelukkigen jongeling nam, en naar de grotte wederkeerde , ten einde dit gewaad aantetrekken.

Zij trad vervolgends daar uit te voorfchijn, in een vest van gemzen-leder, een licht-blaauw opperkleed, een herders-tas over haare fchouder hangende, een hoed met linten op, en in deze kleeding was zij veel fchooner, dan zij zich, omhangen met edele gefteenten, ooit had vertoond. Zij begaf zich op weg naar het aangewezen dorp, bereikt wel dra het zelve, en terwijl zij op een open plaats, in het midden deszelven, ftaan bleef, vraagde zij aan eenige boeren, of zij geen knegt behoefden? — Men drong zich rondom haar henen, en zag ze met verwondering aan. De Meisjes boven al, vestigden heure blikken, op haare fchoone, blonde lokken, welke op haare fchouders nedergolfden, en op haare B 3 zagt-

Sluiten