Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Xxu. INLEIDEND VERTOOG.

Deeze onuitwisbaare zacht ftrekt zich toch tot het volledig en ongefloord genot van het recht ter zelfbefiiering onzer daaden; een recht, dat zich bij redelijke

fchep-

duen zo hoogen roem op verdraagzaamheid te vereffenen, of gefchikt om den geest daarvan te bevorderen, fchijnt echter, uit den zamenhang, wel de voornaam enlijk hier bedoelde te weezen. Dus kan toch best hierdoor de deur gefloten worden voor die mtnitft va» vreemde g voMns, die naar des opllellers vast niet onfeilbaar oordeel, onder het fchijnfehoon kleed van verlichting des menschdoms, de zuivere leer des Evangeli 's ontluisteren , en de -gronden van allen Goddienst ondermijnen. Het zijn dus gevoelens, welke die aangepreezene brandende Godsdienstijver weeren moest, en wel zulke die, als nieuwe of van buiten inkomende, vreemd zijn, en zich aan den opfteller in dar opgegeeven allerhaatelijkite dag'icht voordoen , dat men ligt aan de gevoelens van een de la Met Ir ie y of van het Sistemt da la Nature denken zou , indien deeze ooit, als Evangehfche, opgegeeven, en dus hieraan ter ontluistering weezen konden. Dan, wie het tegenwoordige protestantfche Kerkgewoel veeier geestelijken, en den met het ftaatkundige vrij verbondenen geest van zeker versch , doch oudrechtzinnig, godsgeleerd Genootfchap, nevens de kracht der partijfchap kent, in al wat mishaagt ten 2.wartftcn af te fchetfen, en met het gecne het meest verfoeid wordt zamen te plaatfen, om dus allen lust tot onderzoek voor te komen , en dan weet, dat het opitel doorgaans aan een vertrouwden Godsgeleerdcn wordt opgedraagen, die zal met een hoogen trap van waarfchijnlijkheid de voornaamste hier bedoelde voorwerpen kunnen

Sluiten