Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 29 )

gcwoore uitdrukking: ik geef 'er de...: enz. (*) De Komn" zelf, zich op zeekeren dag met den Platos* van Chartres in een gefprefc inlaatende (het geene zeldzaam plaats had) en met nem over een toneelftuk fpreekende, onder den titel van d^Aómng van Ucasne, *t welk toen ter tyd m de hranfche Comedie gcSd wierd, cn gantfch Parys uit ciue, zoo zeide zyne Majefteit tot hem. „Die Koning van Cocagne zet veele buitenlpoorigheeden uit; maar ik ben wel verzeekerd myn Heer den Hertog, dat hy, niettecenitaande zyne dolheid, tog voorzigtiger is , dan iv " — „In wat'ftukkendan Sire? vroeg de Hertog; lm dar, voerde de Koning hem te geniet, hy geen ftraaten in zyn tuin laat bouwen — van dat oogenblik gaf men aan den Hertog van Chartres den bynaam van Straatjes - Prins, welke hem lang bybleef. _

Mie de verrichtingen , welke deeze onuerneemmg volgden waaren met dezelfde munt bettempeld 5 dat b is

(•) Het was ook nog ter deezer geleegenheid, dat :zeeker aiitheur van een ftuk dat meer dan een hekeldigt w, het volgende vaersje maakte,

En calculant tl'avance,

Sm nouveau batimer.t,

Chartres en diligence,

Arriva dans t'inftant,

De ma focieté , dit-ü. je me contente

Je fais bdtir un bel bétel

D'uu jardin j'ai fais un b

Je Juis la dans mon centre.

Het geen in onze taal omtrent aldus luid:

Terwyl hy van te vooren,

Zyn nieuw gebouw belchouwd,

Zoo laat zich Chartre» hooren,

Daar hy deez' reden houd (haagen

'cGezelfchap, dat ik hier verkies, kanmy be

'k Laat bouwen hier een fchoon kafteel,

Van een tuin maak ik een b......

ïk kon nooit beeter flaagen.

Sluiten