is toegevoegd aan uw favorieten.

De rechtvaerdigheid des geloofs, in de Theodicee van Van der Kemp [...] miskend, verdonkerd en ontluisterd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat wij zoo verdorven zijn | dat 'wij gansehlijk onbekwaam zijn tot eenig goed en geneigd tot alk kwaad (a) Maar daar wordt niet gefprooken van onze oorfpronglijke natuur, zoo als die van God in Adam gélegi was, maar van die zondige en bedorvene geaartheid, Welke na denval, door eene rechtvaardige toerekening van Adams fchuld aan zijne nakoomelingen, door eene befmette geboorte van dien bedorven ftamvader, tegenwoordig in ons plaats heeft. Want op;de vraag: Heeft dan God den mensch zoo btos en verkeerd gefchapen? is het antwoord: Neen Hij, maar God heeft den mensch goeden naar zijn evenbeeld gefchapen, dat is , in waare gerechtigheid en heiligheid, op dat hij God zijnen Schepper recht kenne, hem van harte liejhebbe, en met hem in de eeuwige zaligheid keven zoude, om hem te hoven en tc prijzen. < V) En wederom gevraagd zijnde: van waar komt dan zulk een verdorven aart des menfchen? zegt het antwoord, uit den val en ongehoor. zaamheid onzer eerjle voorouderen, Adam en Eva, in het paradijs, daar onze natuur zoo verdorven, niet bevonden, maar gewerden is. dat wij alle in zonden ontvangen en gebooren

wor-

(a) Vraag. 8. Qy) Vr. etl antw. e.