is toegevoegd aan je favorieten.

Moriz, of De gevallen van den heere Lemberg.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

v ij f d e boek. C37

huisjen: ik keek door een zijveniler en,

hemel! wat zag ik!

Leentjen zat — met een Mansperfoon in blaauwe Uniform, op een Canrtpeé. Hij had zijn linker arm vast om haar ha's geflagen, en zij haar rechter arm om de zijnen. Zijn hoofd rustte op haaren boezem. Zij keek fmagtende naar hem beneden; en hij fmagtende naar haar naar boven. Zomtijds zagen beiden , zo mij dacht vau ter zijde, lagchend naar het Venfter, dat voor hen was. De Mansperfoon kwam mij zeer jong en bekend

voor maar ik had geen tijd genoeg om

het te onderzoeken:

De Beweegingen , die ik in de weinige oogenblikken, in welken ik dit zag, maakten , en die mij als vermoorden, kan geen Pen befchrijven , geen Penfeel fchilderen, geen Tong uitfpreeken. -— Mijn Degen trekken, in het Tuinhuis vliegen, de Mansperfoon, die mij lagchende tegemoet kwam, endaar mijne woede door vermeerderde ; den De~ gen in de zijde te ftooten ; Leentjen, die mij fchreiënde om den hals viel, verre van mij af te werpen; uit het Tuinhuis in den Tuin, door de Alleè, de Tuindeur door te vliegen ; op mijn Paard te fpringen, en in

eenen