Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zal'lantj

34 Tegenwoordige Staat

•gen den Hol ter-berg aanfluit, van NoeN zeler-berg meer oostwaards , en van Hel. lendoornfchen-berg ten noorden, met welken de keten afbreekt, en door eene vlakte afgewisfeld wordt, die zig tot aan den Lemeler-berg uititrekt. . De fchraalheid dezer bergagtige ftreken heerscht mede in het grootfte .gedeelte der landeryen, en het gevolg daar van is, dat de voortbrengzelen zig meestal tot rogge en boekweit bepalen ; terwyl de overvloed van heidegronden de fchaapskudden vermenigvuldigt, welken men hier op alle erven bykans kan aantreffen. Langs de Regge, welke ten ooften van 't gebergte ftroomt, heeft men beter gronden , en daar onder goed hooiland. Het gebrek aan weiden wordt voor 't overige hier, gelyk elders, zo veel doenlyk door de fpurrie.teelt vergoedt. De ooftelyke grenzen beltaan uit gemeene venen , die boekweit en turf geven , doch welken , voor zo verre zy tot de marke van Noetzele behooren reeds meeftendeels zyn uitgeveend. Het weinige vlas, welk hier verbouwd wordt , dient alleen tot eigen gebruik der huislieden. In den jare 1743. vonden de Staten goed eenige verórdening te maken tot ftuiting van de zo fchadelyke zandltuiven (16;; maar tot heden toe zyn dezelven nog niet overwonnen.

De Marken, waar uit dit Schoutampt is zamengefteld , zyn de zes volgenden

!.

(16) Zie Ref. van R. en St. ig. Apr. 24. No*. 1743. Wy zagen diergelyken ia Kolmefchate III. D. èl. 296.

Sluiten