Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het vertrek was voor den prins te nauw. Hij fpoedde zig naar de wagtparade, van dezelve, ter tafel, en van deze weder om eene nieuwe Wandeling te doen. Zo dra de zon ter kimme daalde, zat hij te paerd, en nu ging hij in vollen galop te viervoet weder naar het fraai landhuis van B u r f o.

Deze had zig reeds vooraf derwaard begeven en den nodigen toeftel ter ontvangst van den hoogen gast gemaakt. Men had gezorgd, dat ieder de aangenaamfte, verrukkendlïe weide vond. De zoetfte zagtfte muziek ftreelde en verlustigde de ooren, eene kleine uitgezogte beeldengalerij , welke de verleidendile toneelen van den wellust vertoonde, hield de oogen bezig, keurige lekkernijen en kostbaare dranken kittelr den het belust verhemelte. Beide de vrienden bevonden zig geheel alleen in de kamer; de toonen der muziek drongen aan de eene zijde van agter het tapijt door, en geen der dienstbaare geesten was te zien.

„ Gij weet," zeide de prins, „ aan uw landbuis zeer verrasfchend het aanzien van een kasteel der tovergodinnen te geven. Alles fchijnt hier van zeiven te worden." ■

„ Dunkt udat?" antwoordde de graaf glimlachende;

Sluiten