Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

% HISTORIE der

der Saifoenen. Zy hadden op hunne wyze den Hemel in Gefterntens verdeeld , en aan de {herren, of haare merkwaardigfte groepen , naamen gegeeven. Naardien zy voornaamelyk tot het Herders-leven genegen waren, werden de meefte van die naamen van de dieren of van de gereedfchappen , welke den rykdom der Herders uitmaakten, ontleend. Het geen voor ons de Peel- fter, of het einde van denftaart des grootcn Beers is, werdt by hen het Geitje genoemd, en de iwee meer fchynbaare fterren, welke aan het ander einde van dat Gefternte zyn, werden de Kalveren genoemd (a). Zy hadden aan de fter, welke wy het Oog van den Stier noemen, den naam van Kameel (fe* nic) gegeeven; die van Nagman, welke zy'ain de Pleijades gaven, fchynt afkomftig te zyn van de helderheid, welke zy , als men haar ontdekt, aankondigen. Canopus was de Heng ff , of de mannelyke Kameel, enz. Ik zoude hier een groot getal anderebenaamingen, den Arabiërs eigen, kunnen voordragen, in* dien ik alle de naamen wilde opgeeven, welke myne riafpöoringen my hebben doen ontdekken. Ik zal den Leezer het verdriet daar van befpaaren, en deeze voorftelling eindigen met nog in aanmerking te neemen den zonderlingen naam, welken die Volkeren gaven aan het Gefternte, dat voor ons degrooteBeer.o? de Wagen j is. In plaats van , zo als men byna in alle andere Landen doet, de vier Sterren , welke de vierzyd'ge figuur van dat Gefternte uitm'aaken , by de raden van een Wagen te vergelyken, verzonnen zy daar voor een Doodkift, zo dat 'zy hetzelve de Doodkijl noemden, en de drie andere fterren voor hun de klaagfters waren, welke de uitvaart vergezellen (b). Om die reden noemden zy den kleinen Beer, de kleine Dood^ kift; het is merkwaardig dat men deeze zelfde benaaming in het Boek Jobs vindt, en milTchien zoude men zulks tot een bewys kunnen aanvoeren, dat dit

Boek

(n) Golius ad Alferg- p. 63» [b) Golius, ihid

Sluiten